|
| |
|
| Verhagen, M. en E. Esser, 1992: Rockanje 1990. Object 08-52. Zoöarcheologisch onderzoek. Ossicle 1, Delft. |
|
| |
|
| Plaats |
: Rockanje |
| Datering |
: Late IJzertijd |
| Complextype |
: Boerderij |
| Omvang |
: > 1000 resten |
| Dierklasse |
: Zoogdier (gedomesticeerd en wild) |
|
|
| |
|
| Omschrijving: De veestapel wordt gedomineerd door rund, gevolgd door schaap/geit, varken en paard. De resten van deze dieren zijn afkomstig van slacht- en consumptieafval. Hond is niet gegeten. Jacht, vogel- en visvangst zijn waarschijnlijk niet van belang geweest. Het slachtbeleid was ten aanzien van rund en schaap/geit gericht op eigen vlees- en melkvoorziening met instandhouding van de kudde. Daarnaast zal rund ook als trekdier en schaap/geit als wolproducent zijn ingezet. Waarschijnlijk is paard gegeten maar de primaire functie van paard is onduidelijk Naast deze resten is ook gewei van edelhert aanwezig evenals enkele menselijke resten en artefacten. (Zie Ossicle 7 voor de Ruimtelijke Verspreiding) |
|
| |
|
| Publicatie: Trierum, M.C., van 1992: Nederzettingen uit de IJzertijd en de Romeinse Tijd op Voorne-Putten, IJsselmonde en in een deel van de Hoekse Waard. BOORbalans 2, Bijdragen aan de bewoningsgeschiedenis van het Maasmondgebied, pp. 15-97. |
|
| |
|
 |
|
| |
|
| Esser, E. & E.F. Gehasse, 1993: Wortelsteeg 1991. Ecologisch onderzoek aan mestkuilen en beerputten. Ossicle 2, Delft. |
|
| |
|
| Plaats |
: Alkmaar |
| Datering |
: Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd (15e, 16e en 17e eeuw) |
| Complextype |
: Mestkuilen, beerputten |
| Omvang |
: > 1000 resten |
| Dierklasse |
: Zoogdier (gedomesticeerd en wild), vogel, vis, schelpdier, insekt. |
|
|
| |
|
| Omschrijving: De kuilen bevatten mest van schapen en mogelijk geiten. Daarnaast is ook etensafval en ambachtelijk afval aangetroffen. De beerputten bevatten behalve zuivere beer ook voedselafval (afval dat ontstaan voor tijdens of na de maaltijd). Daarnaast zijn ook kadavers van zeer jonge honden in de put gegooid. De vrij goede sociale status van de beerputgebruikers is onder meer af te lezen uit de aanwezigheid van resten van tong, heilbot, tarbot, baars, zalm, kreeft, krab en oester. |
|
| |
|
| Publicatie: Esser, E. & E.F. Gehasse, 1995: Onderzoek van huisafval, het organisch materiaal. In: P. Bitter (red) Geworteld in de bodem. Archeologisch en historisch onderzoek van een pottenbakkerij bij de Wortelsteeg in Alkmaar. Publicaties over de Alkmaarse Monumentenzorg en Archeologie 1, 76-87. |
|
| |
|
 |
|
| |
|
| Esser, E., M. Verhagen & J. van Dijk, 1994: Huis ter Kleef. Biologisch-archeologisch onderzoek Gracht en Koker SS. Ossicle 4, Delft. |
|
| |
|
| Plaats |
: Haarlem |
| Datering |
: Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd (13e-17e eeuw) |
| Complextype |
: Kasteel, gracht en stortkoker |
| Omvang |
: > 1000 resten |
| Dierklasse |
: Zoogdier (gedomesticeerd en wild), vogel, vis |
|
|
| |
|
| Omschrijving: De inhoud van de stortkoker en van de zuidoostgracht is onderzocht. Daarnaast is ook de ruimtelijke verspreiding van de zuidoostgracht bekeken. In dit deel van de gracht zijn twee duidelijke concentraties zichtbaar. De vakken naast de concentraties bevatten weinig fragmenten maar hebben wel een hoog gewicht. Een verklaring hiervoor is het formatieproces. Wanneer allerlei botmateriaal op een stapel wordt gegooid, glijden de zwaardere stukken naar beneden. Ze komen daardoor aan de rand of net iets naast de stapel te liggen. De koker heeft geen verbinding gehad met de gracht. Het dierlijke spectrum van beide contexten verschilt. In de koker zijn, ten opzichte van de gracht veel vogelresten aanwezig. De soortvariatie in beide contexten beaamt het verwachte rijke sociale milieu. |
|
| |
|
| Publicatie: geen |
|
| |
|
 |
|
| |
|
| Esser, E., J. van Dijk & M. Verhagen, 1994: Rockanje 1992, 08-53. Zoöarcheologisch onderzoek en de ruimtelijke verspreiding van de dierlijke resten. Ossicle 6, Delft. |
|
| |
|
| Plaats |
: Rockanje |
| Datering |
: Late IJzertijd |
| Complextype |
: twee boerderijen |
| Omvang |
: >1000 resten |
| Dierklasse |
: Zoogdier (gedomesticeerd en wild) |
|
|
| |
|
| Omschrijving: De dierlijke resten zijn zoöarcheologisch onderzocht en de ruimtelijke verspreiding is bekeken. Het complex bevat geen aanwijzingen voor vogel- of visvangst. Een botrest, dat mogelijk van ree afkomstig is, vormt een aanwijzing voor jacht. De dierlijke resten zijn van rund en schaap/geit. Er zijn te weinig leeftijdsbepalende elementen aanwezig om een beeld van het slachtbeleid te geven. Varken wordt vertegenwoordigd door slechts enkele resten. Paard hoort mogelijk tot de consumptiesoorten. Tijdens de opgraving is een kaardekam gevonden, maar deze is niet nader bekeken. De twee boerderijen liggen over elkaar heen, waarbij de lengte-as in dezelfde richting ligt, maar het woon- en stalgedeelte onderling zijn verwisseld. De indeling in opgravingsvlakken is gehanteerd om dierlijke resten aan een bewoningsfase tor te wijzen. De ruimtelijke verspreiding en de verhouding tussen de diersoorten in beide fasen geeft aanleiding een nadruk op runderteelt in de jongste fase te veronderstellen. |
|
| |
|
| Publicatie: geen |
|
| |
|
 |
|
| |
|
| Esser, E., J. van Dijk & M. Verhagen, 1994: Rockanje 1990. Object 08-52. De ruimtelijke verspreiding van de dierlijke resten. Ossicle 7, Delft. |
|
| |
|
| Plaats |
: Rockanje |
| Datering |
: Late IJzertijd |
| Complextype |
: Woonplaats |
| Omvang |
: >1000 resten |
| Dierklasse |
: Zoogdier (gedomesticeerd en wild) |
|
|
| |
|
| Omschrijving: De dierlijke resten liggen vooral rondom het woongedeelte met een concentratie bij de zuidelijke ingang. Het erf voor de zuidelijke ingang ligt, door de overheersende westenwinden, in de luwte van de boerderij en is een aangename plaats voor het verrichten van allerlei activiteiten. De ligging van de concentratie is derhalve niet verwonderlijk. Het complex bevat partiele skeletten van varken en schaap/geit. |
|
| |
|
| Publicatie: geen |
|
| |
|
 |
|
| |
|
| Esser, E. & J. van Dijk, 1994: Huis ter Kleef. Zoöarcheologisch onderzoek. Ossicle 8, Delft. |
|
| |
|
| Plaats |
: Haarlem |
| Datering |
: Late Middeleeuwen (15e eeuw) |
| Complextype |
: Kasteel, latrine |
| Omvang |
: 101-1000 |
| Dierklasse |
: Zoogdier (gedomesticeerd en wild), vogel, vis, schelp- en schaaldier |
|
|
| |
|
| Omschrijving: De zoogdierresten zijn van rund, schaap/geit, varken en konijn en haas. Het complex bevat relatief veel onderpoot fragmenten van schaap/geit. Waarschijnlijk behoren deze ook tot het consumptieafval en niet, zoals weleens wordt beweerd tot het slachtafval. Onder de vogels zijn negen en onder de vissen elf soorten onderscheiden. Tevens is een krabbeschaarfragment aangetroffen. |
|
| |
|
| Publicatie: Esser, E. 1995: Kostbare kost voor kasteelbewoners. In: J.J. Temminck (red) Huis ter Kleef. Het enige kasteel van Haarlem. Haarlem, pp. 120-123. |
|
| |
|
 |
|
| |
|
 |
|
| |
|
 |
|
| |
|
| Esser, E. & M. Verhagen, 1994: Huis ter Kleef. Zoö-archeologisch onderzoek. Ossicle 9, Delft. |
|
| |
|
| Plaats |
: Haarlem |
| Datering |
: Late Middeleeuwen (13e eeuw) |
| Complextype |
: Kasteel, binnenplaats |
| Omvang |
: 101-1000 |
| Dierklasse |
: Zoogdier (gedomesticeerd en wild), vogel en vis |
|
|
| |
|
| Omschrijving: De zoogdierresten zijn van rund, schaap/geit, varken en konijn. De vogelresten zijn afkomstig van 14 verschillende soorten, de visresten van 13 soorten. Net als bij de zuidoostgracht laat de ruimtelijke verspreiding van de dierlijke resten van de binnenplaats zien dat verhoudingsgewijs het aantal zoogdierresten toeneemt naarmate de afstand tot de concentratie toeneemt. Dit is des te opvallender omdat de concentratie bij de gracht onder water is gevormd. |
|
| |
|
| Publicatie: Esser, E. 1995: Kostbare kost voor kasteelbewoners. In: J.J. Temminck (red) Huis ter Kleef. Het enige kasteel van Haarlem. Haarlem, pp. 120-123. |
|
| |
|
 |
|
|
|